valuta: 
oppervlakte:  Print

Actualiteiten

Dubai - Niet eeuwig willen wachten tot je eens wat voorstelt.

6 januari 2010


Dubai - Niet eeuwig willen wachten tot je eens wat voorstelt.


Jonge, goed opgeleide gelukzoekers blijven geloven in Dubai. En
anders: „Op naar de volgende plek waar het gebeurt."


MELIE GARSCHAGEN


Waar kan een jongen van 29 zich een Ford Mustang veroorloven? Daniel
Edmund vraagt het zich hardop af. Hij schiet in de lach, steekt een
sigaret op en zegt: „Alleen in Dubai." Zijn grote Armani-horloge
bungelt losjes om zijn dunne pols als hij vervolgt: „Zonder scheve
blikken te krijgen en zonder een godsvermogen aan verzekering te
betalen."


Daniel Edmund werkte voor een bank in Groot-Brittannie, maar vond het
werk stroperig en ambtelijk. Hij wilde niet twintig jaar wachten tot
hij belangrijk. werd. „Ik wil net nu", zegt hij. Hij trok naar Dubai.
Hij geeft nu financieel advies aan rijken, en dat zijn er hier nogal
wat. Hij is eigen baas, rijdt in een dikke bak, verdient lekker,
heeft geld voor feestjes, crosst in het weekend in de woestijn met
zijn vrienden. „Hier gebeurt het", zegt Edmund, van enthousiasme van
zijn deftige kostschool Engels in het vrolijke Caraibische accent van
St. Lucia schietend, waar zijn familie vandaag komt.


Het gebeurde inderdaad in Dubai. Dagelijks landden er jumbojets met
buitenlanders op zoek naar geld en geluk. Gisteren werd een
groot vuurwerk ontstoken bij de opening van de Burj Dubai, met 828
meter het hoogste gebouw ter wereld, symbool van booming Dubai. Maar
de wolkenkrabber is nu herdoopt in Burj Khalifa, naar de heerser van
Abu Dhabi, die Dubai te hulp schoot toen het emiraat opeens
wereldnieuws werd vanwege zijn schuldenlast.


Rond de middag lunch met Edmund en zijn vriend Richard Dunnink (34)
uit Nederland, die meer wilde zien van de wereld dan Arnhem, waar hij
opgroeide. Hij vertrok tien jaar geleden naar Dubai en is nu
makelaar. Later schuift Shehzhad Abbasi (29) aan. Hij groeide op in
Sheffield, in het noorden van Engeland. Toen zijn ouders terugkeerden
naar Islamabad, trok hij naar Dubai, want dat is veel dichterbij.
Abbasi is project-ontwikkelaar van City of Arabia, een bouwput
middenin de woestijn,


In de middag thee met Aninchana Theerawattanapakorn (29) uit
Thailand. Zij wilde eveneens de wereld zien en kon stewardess worden
bij luchtvaartmaatschappij Emirates. Ook Mohammad Sharif (32) schuift
aan. Hij kon in Dubai meer verdienen dan in Kenia, zijn geboorteland.


Alle vijf immigranten voelen zich nodig voor de vooruitgang van Dubai
en ze voelen zich er gewaardeerd. Ze maken deel uit van de 1,7
miljoen buitenlanders die Dubai hebben opgebouwd. En voor geen goud
willen zij weg, ook niet nu de economische zekerheid is omgeslagen in
onzekerheid.


Het leven in Dubai kent ook zijn keerzijde. Sociale uitkeringen
bestaan voor buitenlanders in het emiraat nauwelijks. Vakbonden zijn
er verboden. Er is geen minimumloon. Als een werknemer langer dan
twee weken ziek is, kan zijn salaris worden gehalveerd. Raakt een
buitenlander werkloos, dan moet hij binnen een maand nieuw werk
hebben, anders moet hij vertrekken.


Richard Dunnink maakt zich weinig zorgen. „Het is inderdaad onzeker
en heel anders geregeld dan in Nederland", zegt hij. „Maar ik ga er
ook harder door werken. Ik weet dat ik een grotere
verantwoordelijkheid heb om voor mijzelf te zorgen. Er is niemand die
mijn handje vasthoudt als het misgaat."


Voor de lunch kende de makelaar de projectontwikkelaar niet, maar
Richard Dunnink en Shehzhad Abbasi wisselen onmiddellijk kaartjes
uit. Wie weet: in de toekomst kunnen ze elkaar misschien
helpen. Aan een baan, een opdracht of een andere gunst. Dunnink: „In
Nederland heb je een vangnet van de overheid, hier is je
kennissenkring je vanget."


Voor de lokale bevolking van 300.000 zielen in Dubai wordt goed
gezorgd. Die genieten van staatswege gratis water, gratis
gezondheidszorg, gratis onderwijs, gesubsidieerd eten en benzine. Als
zij trouwen kunnen ze een rentevrije hypotheek krijgen voor een huis.
Buiten de vrijhandelszones waar ze hun gang kunnen gaan zijn
buitenlandse bedrijven verplicht samen te werken met een lokale partner.
Vaak zijn dit inwoners die op papier met een bedrijf samenwerken in
ruil voor een vergoeding, en zo slapend rijk worden. Volgens onderzoek
is 20 pro-cent van de lokale bevolking feitelijk werkloos. Heerser
sjeik Sheik Mohammed bin Rashid Al Maktoum ziet het probleem en
stimuleert zijn onderdanen in het vinden van echt werk.


Het beleid van de sjeik zorgt voor scheve situaties. Dat merkt
Aninchana Theerawattanapakorn. De Thaise vindt het super om te
vliegen voor Emirates. „Ik verdien minder dan een stewardess met
evenveel dienstjaren die uit de Emiraten komt", zegt de frele Thaise
met gitzwart haar terwijl ze op het terras van het Hyatt in haar thee
roert. „ Ze is afgestudeerd binnenhuisarchitect en werkte tot vier
jaar geleden in Londen. „Bijeen Europese maatschappij zou ik iets
meer verdienen", zegt ze. Waarom dan toch Dubai? Waarom niet naar
British Airways of Air France-KLM of een andere maatschappij die
zich moet houden aan strikte anti-discriminatiewetge-ving? „Er
is hier geen dominante cultuur in Dubai en dat is zo fijn.
Haast iedereen is buitenlander", zegt Theerawattanapakorn.
„In Londen had ik soms het gevoel er niet thuis te horen. Ook
al was ik voor de wet meer gelijk dan hier."


Mohammed Sharif uit Kenia,die ook bij Emirates werkt, knikt instemmend.
„Mombassa en Dubai drijven al eeuwen handel met elkaar, dus het is
een logische plek om te komen. Maar los daarvan: in Europa krijg
ik het gevoel voor een baan te moeten strijden met een Engelsman
of een Nederlander", zegt hij. „Die willen mij helemaal niet
hebben. In Dubai willen ze mij wel. Ze hebben mij nodig."


Tijdens de lunch vertelt Shehzhad Abbasi dat ook hij zich in Dubai
meer op zijn gemak voelt dan in het Engelse Sheffield, waar hij
opgroeide. Abbasi, in maatpak met bijpassend pochet en een
gemillimeterd baardje, wilde graag piloot worden, maar hij liet dat
plan na '11 September' varen. Hij dacht weinig kans op een
aanstelling te hebben. Hij is Pakistaans. Hij is moslim. In Engeland
voelde hij zich nooit echt gediscrimineerd, zegt Abbasi. „Maar hier
in Dubai is het zo veel makkelijker om moslim te zijn. In Engeland
kon ik best vasten of vrij krijgen voor het offerfeest, maar ik bleef
de uitzondering. In Dubai niet."


Hier passen de niet-moslims zich aan, valt Edmund hem bij. Hij wijst
rond in de binnentuin van More Cafe, omringd door toren-flats. Onder
parasollen zitten klanten aan cappuccino's, verse
munthees, en grote salades nigoi-se. „Tijdens de ramadan wordt dit
met doeken afgeschermd en veel buitenlanders zouden uit respect niet
eens hier gaan eten", zegt Edmund.


In juni zorgde de BBC voor ophef in Dubai door misstanden bloot te
leggen in een woonkamp van Arabtec, een van de grootste bouwbedrijven
van het emiraat. Edmund bekeek het programma. „Niet om het te
vergoelijken, maar die arbeiders verdienen hier meer dan waar ze
vandaan komen, zegt hij. „En het is oneerlijk om alleen de vinger
naar Dubai te wijzen. In Engeland, Spanje en Amerika wonen veel arme
immigranten ook zo."


Abbasi vindt het lastig. Dagelijks ziet hij de arbeiders aan het
werk. „Vaak zijn het Pakistanen, net als ik", zegt hij. Om de vrijdag
gaat hij naar de woonkampen om eten uit te delen. „Zorg dragen voor
de minderbedeelden is een kernprincipe van de islam", zegt Abbasi.
„Het is verkeerd dat de staat hier niet meer zorg draagt voor het lot
van deze mensen.


Dat de staat gevoelig is voor kritiek op de arbeidsomstandigheden
blijkt uit het feit dat er een pinpas werd geintroduceerd waarop de
arbeiders hun loon op gestort krijgen na klachten dat ze maandenlang
niet waren betaald.


Dubai lijkt een volwassen stad, zegt Abbasi. „Maar dat is schijn. Er
moet nog veel gebeuren. De verantwoordelijkheid van de overheid voor
de arbeiders hoort daarbij. Nu Dubai minder hard groeit, kunnen de
sjeiks daar aan werken."


Sommige immigranten zijn hals over kop vertrokken. Ze hadden een
appartement op aanbetaling gekocht en konden na hun ontslag de
rekeningen niet meer betalen. Voor zulke scenario's zijn de vijf niet
bang. „Emirates blijft groeien", zegt Mohammed Sharif. De
luchtvaartmaatschappij zei vorige maand dat de order van Airbussen
A380 voor 1 miljard dollar geen gevaar zou lopen. „En zolang Emirates
blijft groeien, zijn wij nodig."


Aninchana Theerawattanapakorn staart naar de zon die langzaam
verdwijnt achter een wolkenkrabber. Ze heeft net 8 uur gevlogen. „We
zijn hier ooit gekomen en we kunnen hier dus ook weg. Op naar de
volgende plek waar het gebeurt."